Waitomo Caves & Waikato Region
Na drie weekenden rotweer, was het dit weekend eindelijk weer mooi weer! Dus moest ik natuurlijk van de gelegenheid gebruik maken om weer een flink eind op reis te gaan! Deze keer ging de reis door de Waikato Region naar Waitomo Caves en terug. Weer samen met Elise, maar deze keer zónder Daihatsu Sirion…
Aangezien het lang onduidelijk was of het wel mooi weer zou worden (elders op het Noordeiland hebben ze last (gehad) van stortbuien, overstromingen en orkanen!), hebben we pas vrijdag besloten om op pad te gaan. Toen ik mijn vaste autoverhuurbedrijf (Jucy Rentals) belde, hadden ze geen enkele betaalbare auto meer… Nu is Jucy lang niet de enige auto-toko in Auckland, maar wel de goedkoopste voor mij. Telefoontjes naar enkele andere bedrijven leerde ons, dat ook zij geen auto’s meer hadden, of veel duurder waren… Gelukkig boden Elise’s gastouders (Peter & Diana) uitkomst, door vrijdagavond bij een voor mij onbekend bedrijfje goedkoop een autootje te scoren. We konden het karretje zaterdagochtend ophalen en hij kostte hetzelfde als de gebruikelijke Sirion! Bovendien wilden Peter & Diana ook nog naar het verhuurbedrijf toebrengen. Ons weekend leek dus gered.
Toen we zaterdagochtend bij het verhuurbedrijf aankwamen, leek het karretje (een driedeurs Honda Logo met de nodige deuken en krassen) niet erg veel soeps, maar het ding was verrassend comfortabel en heeft ons overal gebracht waar we zijn wilden, zonder problemen. Na Peter & Diana uitgebreid bedankt te hebben, zijn we op pad gegaan.
Waikato Region
Dit pad (de snelweg) bracht ons door in eerste instantie bewolkt weer naar Waikato Region. Waikato is ongeveer het gebied tussen Auckland en het midden van het Noordeiland, Lake Taupo. Het is een grotendeels glooiend landschap, met her en der bar weinig tekenen van beschaving. Da’s dus positief.
Doordat we pas zaterdagochtend de auto opgehaald hadden in plaats van vrijdagmiddag, waren we nogal wat later dan normaal en zijn we dus via de snelweg vrijwel direct naar de Waitomo Caves gereden, met een paar kleine stops voor foto’s. Onderweg hebben we al wel vast een hostel (in Rotorohanga) geboekt, zodat we niet in het donker op zoek hoefden te gaan.
Waitomo Caves
De Waitomo Caves liggen in een gebied vol grotten, ontstaan door vulkanische activiteit en zandsteen dat is uitgesleten door regen. De meeste grotten zijn op zich niet veel bijzonderder (is dat een woord?) dan de meeste grotten in Europa, maar één ervan — de Glowworm Cave — is toch wel iets heel bijzonders. Rondom de Glowworm Cave zijn nog een aantal andere interessante grotten, waar allerlei al-dan-niet avontuurlijke activiteiten (raften, abseilen, tuben, klimmen) georganiseerd worden. We hadden allebei geen zin in een nat pak en voor de langere niet-avontuurlijke tochten waren we helaas te laat in Waitomo, dus we hebben ons bezoek aan de Glowworm Cave met een rondleiding door Aranui Cave gecombineerd. (Een aantal van de grotten was door de zware regenval gedurende de week trouwens ook volgelopen met water, dus niet toegankelijk.)
We zijn eerst naar de Aranui Cave gegaan (laatste rondleiding van die dag
). Dit een heel aardige grot, met veel druipsteenformaties. Verder kan ik er niet veel over melden, dus zie het fotoalbum.
Snel door naar de Glowworm Cave dus!
Zoals de naam al zegt, leven in de Glowworm Cave de nodige gloeiwormen (larven van een of ander vliegend insect), die een blauwgroen licht afgeven. Er stroomt een riviertje door de grot, waardoor je vanuit een bootje naar deze ‘indoor sterrenhemel’ kunt kijken. Helaas was dit riviertje zo ver gestegen, dat de Cave vrijwel helemaal onder water had gestaan — en de meeste gloeiwormen dus verzopen (de zaterdag dat wij er waren was de eerste dag dat de Cave weer open was). De hoger gelegen grotten (zonder water en gloeiwormen) waren allemaal toegankelijk, net als de grootste grot met gloeiwormen, maar een aantal andere grotten met gloeiwormen stonden nog helemaal onder water. We waren dus even bang dat er niet veel te zien zou zijn, maar gelukkig waren er in de ‘hoofdgrot’ nog voldoende gloeiwormen. Voldoende zelfs voor een heuse spreekwoordelijke unieke ervaring. Stel je een pikdonkere grot voor, waar het afgezien van zacht gekabbel doodstil is. Je ziet echt geen steek voor ogen, totdat de gids het bootje om een hoek manouvreert. Om die hoek doemt dan een blauw-groene sterrenhemel op, waar je langzaam onderlangs vaart… Erg gaaf! Echt jammer dat je er geen foto’s van mag maken.
Toen we de grot weer uit kwamen was het al aardig aan het schemeren en zijn we via de supermarkt (voor soep voor het avondeten en brood voor de volgende dag) naar het hostel gereden. Nadat we gegeten hadden, hebben we geheel democratisch de route voor de volgende dag uitgestippeld en zijn we vroeg gaan slapen. En dat laatste was maar goed ook, want het was die nacht ijskoud en onze kamer had helaas geen verwarming!
Van Waitomo naar Kawhia
Als je vroeg gaat slapen, kun je ook vroeg opstaan. En dat was maar goed ook, want er stond voor zondag tot zonsondergang een hoop op de agenda. Zo’n 150 km rijden over achterafwegen, met onderweg de nodige sights. We hadden zondag het beste weer van de wereld. Het was ’s ochtends ijskoud (er kwam nog damp van alle riviertjes), maar we hebben de hele dag een stralend blauwe lucht gehad! De eerste etappe bracht ons via Waitomo naar de Natural Bridge. Dit is een natuurlijk gevormde brug over soort kloof in de grond (waarschijnlijk een grot waarvan het plafond is ingestort). Een erg mooi gezicht, vooral in de felle ochtendzon!
Vlakbij deze brug vonden we een weilandje met rotsblokken, bomen en schapen, dat ze zó in Lord of the Rings hadden kunnen gebruiken! (Op zich niet zo gek, aangezien de set voor Hobbiton ook in Waikato ligt. En over LotR gesproken, we vingen onderweg nog een glimp op van een besneeuwde Mt Doom.) Op de foto hiernaast staat op veler verzoek Elise wat duidelijker dan op een eerdere foto die ik geplaatst heb.
Vanaf de Natural Bridge was het een klein eindje rijden naar de Marokopa Falls. Dit is op zich een mooie waterval, maar je kunt er niet echt dichtbij komen en door al het opspattende water was het ook lastig om foto’s te maken. Dus zijn we vrijwel meteen doorgereden richting het plaatsje Kawhia (spreek uit: kar-fi-ja). De weg naar Kawhia is een goed begaanbare, rustige, slingerende asfaltweg, met onderweg een paar heel aardige uitzichten. We zijn dan ook regelmatig gestopt voor wat foto’s.
Kawhia, een slaperig dorpje, is een van de oudste Maori-nederzettingen in Nieuw-Zeeland. Niet dat je daar nu nog veel van ziet, maar toch.
Vlakbij Kawhia ligt een zwart-zandstrand met (als het eb is) warmwaterbronnen; hier hebben we geluncht. We waren helaas bijna vloed, maar het uitzicht was er niet minder om!
Van Kawhia naar Raglan
Na onze zoute-zee-lucht-lunch ging het verder naar Raglan, het surfcapitool van Nieuw-Zeeland (schijnbaar om de zeldzame left-hand surf). Het grootste deel van deze ruim 50 km lange etappe bestaat uit een gravelweg. Dat rijdt dus erg langzaam (30-40 km/h), maar de weg voert door een erg mooie omgeving en geeft je echt het gevoel dat je ergens komt waar niet veel mensen komen. We zijn op het hele stuk denk ik twee auto’s en een motor tegengekomen (waarschijnlijk locals).
De planning was om ongeveer een uur voor zonsondergang in Raglan aan te komen (ongeveer 16:30 uur dus). Dat is ons heel aardig gelukt.
Raglan op zich is — zoals zo ongeveer elke plaats in NZ die ik tot nu toe gezien heb — niet heel veel bijzonders. Een klein winkelcentrum (éé straat), brede wegen, houten huizen en redelijk veel groen. Alles is ruim opgezet, want er is toch ruimte genoeg (4 miljoen Kiwi’s in een land acht keer zo groot als Nederland). De stranden en de rest van de omgeving daarentegen waren wél de moeite waard! Volgens Elise’s reisboek was met name de Te Toto Gorge in de helling van Mt Karioi, aan de kust ten zuidwesten van Raglan de moeite waard. Mijn Lonely Planet noemde de hele locatie niet, maargoed…
Na dik een halfuur over een smal, kronkelig gravelweggetje tegen Mt Karioi opgekropen te zijn hadden we de hoop al bijna opgegeven (“It ‘as to be ‘eere”, zoals Elise het zei), maar daar was de Gorge dan uiteindelijk toch: een grote kloof in de berg van zo’n 40 à 50 meter diep, pal aan de kust. Met een werkelijk schitterend uitzicht op de inmiddels ondergaande zon! De bijna loodrechte rotswand aan onze voeten maakte het des te dramatischer.
We hebben bij de Gorge niet gewacht totdat het helemaal donker was, aangezien we dan in het donker terug moesten rijden over dat smalle (soms éénbaans) gravelweggetje. Weer op een van Raglan’s vele surfstranden (Whale Beach) aangekomen, deed de zon nog z’n best om een paar gave kleuren te laten zien, maar inmiddels waren er wolken zo vriendelijk om ervoor te gaan hangen…
We zijn dus maar wat naar de laatste surfers gaan kijken en daarna ben ik fish ‘n’ chips gaan halen. Of eigenlijk alleen chips, want ze waren out of fish. Om zes uur ’s avonds… Het was wél het beste eten dat ik in NZ gekocht heb voor $2,50 trouwens!
Voor het eten hebben we ook nog even getankt. En dat was maar goed ook, want de brandstofmeter bleek kapot te zijn en we zaten dus al bijna zonder benzine! Gelukkig was het geen dorstig autootje dat we gehuurd hadden…
Ruim twee uur later kwamen we weer bij Elise thuis aan. Moe — van het vele rijden en met name van de koude nacht, maar wél voldaan! Hopelijk is het volgend weekend weer zulk mooi weer!
Comment by Gerdi
July 23, 2007 @ 8:38 pm
Hoihoi,
Toch altijd weer erg leuk, de verhalen op je site. En dan weet ik altijd weer net iets meer details (dat je auto deuken had bijvoorbeeld
). Maar als ik dat zo hoor over ijskoud weer, ga ik toch maar thermisch ondergoed aanschaffen
Dikke kus,
Gerdi